Kapitein Stevenart en Luitenant Winssinger

Emmanuel-Joseph Stevenart

Stevenart werd geboren op 6 juni 1785 te Obaix (Brabant, nu België). Hij startte zijn militaire carrière in het Franse leger als kanonnier in het 8e Regiment d’Artillerie á Pied op 1 oktober 1805. Door de jaren heen bekleedde hij verschillende rangen: korporaal (1 mei 1807), sergeant (9 september 1807), sergeant-majoor (22 september 1810) en 2e luitenant (15 juni 1813).

Van 1805 tot 1811 diende Stevenart in diverse garnizoenen in Frankrijk. In 1812 heeft hij deelgenomen aan de Russische campagne waar hij als een van de weinige overlevenden van terugkeerde. Daarna heeft Stevenart nog onder Napoleon gediend in Duitsland en Frankrijk in 1813 en 1814. Op 9 juli 1814 vroeg en kreeg hij z’n ontslag uit het Franse leger. Onmiddellijk na zijn terugkeer op 15 juli 1814 sloot hij zich aan bij het leger van de Zuidelijke Nederlanden alwaar hij de rang van kapitein kreeg. Het trieste eind van Stevenart is inmiddels bekend, hij werd gedood tijdens de slag bij Quatre Bras op 16 juni 1815.

Leopold Winssinger

Winssinger werd geboren op 6 april 1795 te Ghislain (vlakbij Mons, nu België). Op 18 juni 1812 werd hij als 17-jarige cadet aangenomen op de Franse militaire school. Ook hij doorliep gestaag z’n rangen en werd van korporaal (19 februari 1813), sergeant (2 maart 1813) en 1 dag later (3 maart 1813) gepromoveerd tot 2e luitenant en ondergebracht bij het 2eme Regiment van de Corps Imperiale d’Artillerie de la Marine. Daar promoveerde hij op 12 augustus 1813 uiteindelijk tot 1e luitenant. Op 6 mei 1814 verliet Leopold Winssinger het Franse leger en ook hij sloot zich bij terugkomst aan bij het leger van de Zuidelijke Nederlanden als 1e luitenant. Tijdens de slag bij Quatre Bras is de sectie van luitenant Winssinger waarschijnlijk de enige geweest waar geen slachtoffers bij zijn gevallen gedurende de strijd. Zoals reeds vermeld werd de sectie Winssinger op 30 juni 1815 toegevoegd aan de Batterij Steenberghe. Luitenant Winssinger ontving op 11 augustus 1815 de Militaire Willemsorde.

Hieronder een brief van luitenant Winssinger, gepubliceerd in "Dissertation dur la participation des troupes des Pays-Bas A la campagne de 1815 en Belgique" door A. Eenens in 1879:

De 17e, tegen de avond, ontving ik bevel de terugtocht te ondersteunen, maar de Fransen hadden halt gehouden, en ik heb geen kanonschot meer gelost, wanneer men mij beval me te begeven naar Ohain, een holle weg volgend. Die weg was zo slecht dat ik niet in positie arriveerde dan tussen elf uur en middernacht, en met hulp van een Nassausche compagnie die, meer dan eens, mij hulp verlenend de stukken te trekken met moelijke schreden.

De 18e, vuurde ik het eerste schot van de dag, ik geloof, op een groep Franse lansiers[1]. Snel daarna, ontving ik een houwitser[2]. Mijn sectie, vervolgens uit drie stukken bestaand, wisselde de gehele dag, zonder veel hinder te ondervinden, kanonsvuur met de Franse artillerie, waarvan menig caissons explodeerde.Ik was bijna zonder munitie, wanneer rechts van mij, als bij een lawine, een Pruisische batterij te paard[3] arriveerde die onmiddellijk het vuur opende, en wel op het centrum en naar rechts, de twee legers waren op enigerlei wijze vermengd[4].

Ik probeerde tegelijkertijd de gevolgen van een fatale vergissing te stoppen[5]; ik ontdekte dat die batterij zijn vuur dirigeerde op onze eigen troepen, ik deed mijn best om met de stem en met gebaren dat verachtelijke te voorkomen, maar ik kon niet beletten dat het eerste salvo niet in die richting werd afgevuurd.

[1] Dit moeten lansiers van Jacquinot zijn geweest, die geheel rechts de flank van D’Erlon’s corps dekten.
[2] De houwitser onder commando van sergeant Kappy, afkomstig van de batterij Bijleveld.
[3] Waarschijnlijk onderdeel van Ziethen’s corps.
[4] Hier wordt waarschijnlijk bedoeld dat rondom Papelotte de Pruisische troepen door de Nassauers van Saxe-Weimar’s brigade heentrokken.
[5] Nogmaals een voorbeeld van ‘friendly fire’ zoals ook al Pruisische infanterie op de Nassausche infanterie vuurde, doordat hun uniformen van Franse snit waren.

Bron: Geert van Uythoven. Met dank aan Erwin Muilwijk voor toezending van de brief + vertaling.

© 2015 Saluutbatterij Atkins Disclaimer Facebook YouTube